Recensie ‘Sporen door het Hogeland’ in ‘De Reiziger’

In De Reiziger, tijdschrift van de Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer, (www.rover.nl), staat in het  januarinummer van 2019 een uitgebreide recensie van Sporen door het Hogeland. ‘Het geheel is zeer goed leesbaar en zal voor menigeen uit de rest van Nederland veel nieuws brengen,’ schrijft recensent Henk Weevers. ‘Het is zeer rijkelijk geïllustreerd met veel interessant materiaal, waaronder zeer fraaie drone foto’s, en zeer goed vormgegeven.’

Spoordocumentaire dit weekend te zien op OogTV en RTVGo!

Dit weekend wordt op OogTV en RTVGo! de documentaire ‘Een Spoor van Verhalen’ uitgezonden, op Ziggo kanaal 40. De uitzending op OOGTV is zondag om 11.00 en 16.30 uur te zien. Bij RTVGo! wordt de docu in een soort carrousel uitgezonden van zaterdag 13.00 uur tot zondagochtend 06.00 uur en zondag van 10.00 uur totmaandagochtend 06.00 uur. De documentaire is gebaseerd op het boek ‘Sporen door het Hogeland’. Zie www.sporendoorhethogeland.nl

De Ommelander Courant over film en tentoonstelling

In de Ommelander Courant van maandag 24 sept. 2018 stond een uitgebreid verslag van de première van de film ‘Een spoor van verhalen’ en de opening van de tentoonstelling ‘Sporen door het Hogeland’ in het Openluchtmuseum Het Hoogeland te Warffum, op do. 20 sept.

Documentaire ‘Een spoor van verhalen’ op DVD en op OogTV

Documentairebureau Samen in Beeld TV heeft samen met de makers van het boek ‘Sporen door het Hogeland’ een documentaire gemaakt over de Hogelandspoorlijn.  Deze documentaire is uitgegeven op DVD en zal in het weekend van zaterdag 6 en zondag 7 oktober te zien zijn bij OOGTV en RTVGO!. Deze zenders zijn te ontvangen op Ziggo kanaal 40.
In de documentaire, die iets langer dan een half uur duurt, laten regisseur Ina Spijk en producent Michel van Dijk de geschiedenis van de Hogeland voorbijtrekken. Op elk station wordt stilgestaan bij een onderdeel van de historie. Zo vertelt de 93-jarige Jan Venhuizen op station Winsum over een ontgroeningsritueel in de trein die hem voor de Tweede Wereldoorlog naar de HBS in Groningen bracht. Via de laatste bewoner van het stationsgebouw in Baflo, de man die pal langs het spoor in Warffum woont, de uitbaatster van Hotel de Landbouw, een voormalige actievoerder in Uithuizen, de dochter van de laatste stationschef van Uithuizermeeden en de bewoner van het huis dat pal aan het voormalig station Roodeschool ligt, komt de documentaire uiteindelijk aan bij het nieuwste station, Eemshaven, waar schrijver en historicus Jan de Boer uiteen zet wat de betekenis is van dit laatste stukje spoorlijn. ‘Een bron van toekomstige verhalen,’ zoals de documentaire concludeert.

23 sept-3 maart: tentoonstelling ‘Sporen door het Hogeland’ in openluchtmuseum

In het openluchtmuseum ‘Het Hoogeland’ te Warffum start op zondag 23 september de tentoonstelling Sporen door het Hogeland. De expositie is gebaseerd op het gelijknamige boek en verrijkt deze met allerhande voorwerpen en beelden: van treinkaartjes tot het markante boegbeeld van een Blauwe Engel (DE-2). In de tentoonstelling is ook een ruimte waarin de documentaire ‘Een spoor van verhalen’ van Samen in Beeld-TV te zien is. Het boek Sporen door het Hogeland en de DVD van de documentaire zijn beide te koop in de winkel van het museum. Het museum is in de winter in het weekend geopend.

Verwacht: Spoortentoonstelling in Openluchtmuseum Het Hoogeland

In Openluchtmuseum Het Hoogeland te Warffum opent op donderdag 20 september 2018 de tentoonstelling ‘Sporen door het Hogeland’. Deze expositie is gebaseerd op het succesvolle boek met diezelfde naam en is ook in samenwerking met de schrijvers en makers van Sporen door het Hogeland bedacht en gemaakt. Uitgangspunt van de tentoonstelling zijn diverse verhalen en thema’s uit het boek – van passagiers tot goederenvervoer – die met behulp van voorwerpen, foto’s, tekeningen en teksten tot leven worden gebracht.

Daarnaast zal de documentaire ‘Een spoor vol verhalen’ worden vertoond die gemaakt werd door Samen in Beeld-TV en die een reis in de tijd over het Hogelandspoor laat zien: op elk station van de Hogelandlijn komt een verhalenvertellende ooggetuige aan het woord – van Sauwerd tot de Eemshaven.

Dagblad van het Noorden: Hogelandlijn bestaat 125 jaar

Dit is het volledige artikel dat in het Dagblad van het Noorden van 15 augustus 2018 stond:

Op woensdag 16 augustus 1893 reed de eerste stoomlocomotief door Noord-Groningen. Via Baflo, Warffum, Usquert, Uithuizen en Uithuizermeeden kwam de SS-500/504 in anderhalf uur in Roodeschool aan. Een woensdag was het en het weer was een beetje betrokken volgens het Nieuwsblad van het Noorden van die dag. ‘Alle inwoners van Roodeschool environs, tot zelfs van de kust, oud en jong, rijk en arm, hadden hun beste pak aangetrokken en hadden zich opgemaakt, om aanwezig te zijn bij de aankomst van de trein,’ schreef de Ommelander Courant een paar dagen later.

Groot feest was het, in de wierdedorpen langs de Hogelandlijn: eindelijk was men aangesloten op de snelle spoorwereld. In minder dan negen uur kon je nu vanaf Noord-Groningen in het Westen komen. Stapte je op de eerste trein dan was je al rond drieën in Amsterdam!

 

De Hogelandspoorlijn was het paradepaardje van Hermannus Ellens Oving jr. (1852-1934) – een Rotterdamse ondernemer met Groningse wortels, commercieel vernuft en veel daadkracht. Toen Oving via een Gronings familielid getipt werd over een concessie waarmee je de meest noordelijke spoorlijn mocht aanleggen, hapte hij meteen toe. Al wist hij dat het moeilijk zou worden: vier eerdere plannen waren afgekeurd door het ministerie van Waterstaat.

Ook Ovings eerste plan – een stoomtramlijn van Bedum via Onderdendam, Middelstum en Kantens naar Usquert – sneuvelde in 1885, omdat de tram te gevaarlijk zou zijn voor het wegverkeer. Maar zijn volgende idee was een zelfstandige lokaalspoorlijn op enkelspoor die handig gebruik kon maken van het eerste deel van de lijn Groningen-Delfzijl (1884). De lijn zou in Sauwerd beginnen en via de wierdedorpen naar Roodeschool lopen, 26,9 kilometer lang. En dit plan werd in juni 1886 goedgekeurd door de minister van Waterstaat.

In allerijl verzamelde Oving geldschieters, zorgde voor subsidies bij gemeentes, provincie en rijk, en na twee jaar kreeg hij het felbegeerde stempeltje van Zijne Majesteit Koning Willem III:e lokaalspoorlijn Sauwerd-Roodeschool mocht worden aangelegd door de Groninger Lokaal Spoorwegmaatschappij (GLS).

 

De aanleg van het Hogelandspoor was geen sinecure. Eerst moest de grond onteigend worden waarover de lijn zou lopen. 428 stukken land werden aangekocht en juridisch overgedragen, zo becijferde ingenieur Harmen Wind uit Onderdendam, die door Oving als eerste directeur van de GLS was aangesteld. In de spoorarchieven in Utrecht liggen nog ruim dertig procesverslagen van eigenaren die het niet eens waren met de onteigening, de hoogte van het bedrag of de bijzondere voorwaarden. Schrijnend is bijvoorbeeld het verhaal dat dominee Spandaw uit Baflo naar de rechtbank stuurde, over zijn buurman, de landbouwer Borgman, die vanwege de nieuwe spoorlijn van zijn land werd afgesneden. ‘Groot onrecht,’ noemde Spandaw de overeenkomst. ‘Borgman wordt grootelijks benadeeld.’

 

Vier aannemers werden aangesteld voor de klus, onder anderen A. Pastoor uit Stedum, die de opdracht krijgt om de ‘gebouwen en inrichtingen’ te bouwen. In totaal zou de spoorlijn ƒ 859.000 kosten. Na lange, zorgvuldige voorbereidingen begon de bouw in juni 1891. ‘Door den aannemer is een begin gemaakt met de uitvoering der haltegebouwen te Baflo, Warffum, Usquert & Uithuizermeeden’, is te lezen in het maandrapport van de GLS van die maand.

Uit dat rapport is ook op te maken dat er in twee verschillende richtingen werd gewerkt. De stationsgebouwen werden vanaf het eindpunt naar voren gebouwd: Roodeschool was het eerst klaar, Winsum het laatst. Het spoorbed met daarop de dwarsliggers en spoorstaven werd vanaf de andere kant aangelegd: van Sauwerd naar Roodeschool.

Dat spoorbed – een verhoging van aarde – werd gemaakt van klei en de modder uit omliggende sloten die werden uitgegraven, aangevuld met zand, aarde en stenen van elders. Een stoomtreintje zorgde voor het vervoer op het traject, voor zover het spoorbed dat toeliet. De rest werd aangevoerd door paard en wagen. In Winsum waren in de winter van 1892 zo’n zestig spoorarbeiders aan het werk, een aantal dat in het voorjaar werd verdubbeld.

Naast de bermsloten werden er ook op bepaalde punten grotere gaten gegraven, de spoordoks, zoals bij station Baflo (de vroegere ijsbaan). Ook in Warffum, vlak bij de brug over het Warffumermaar, werd een spoordok gegraven dat in de jaren dertig dienst deed als plaatselijk zwembad.

Het werk vorderde razendsnel, zeker als je er met de blik van tegenwoordig naar kijkt: in anderhalf jaar tijd bouwden ze bijna zeventwintig kilometer spoor, zeven stationsgebouwen, vijf bruggen, groeven zeker twintig kilometer sloot, legden toegangswegen en hekken aan. Zonder kranen, zonder bulldozers, zonder vrachtwagens, enkel met man en paard en een stoomlocje. Ter vergelijking: over de Noord-Zuidlijn in Amsterdam, iets minder dan tien kilometer lang, deed men meer dan vijftien jaar. Zelfs de aanleg van de Eemshavenlijn – de laatste uitbreiding van de Hogelandlijn – met zijn 3 kilometer nieuw spoor kostte toch nog altijd ruim twee jaar werk.

 

En het zat Oving en zijn ploeg lang niet altijd mee, zo lezen we in de maandverslagen. Soms lag het werk maanden stil. ‘Jan. 1893. Vorst.’ ‘Feb. 1893. Veel regen.’ Toen de spoorlijn nagenoeg gereed was – in de zomer van 1893 – kon er geen grind meer worden aangevoerd omdat de grote rivieren nagenoeg droog stonden en niet meer bevaarbaar waren.

In april 1893 kon men het spoor voor de eerste keer in zijn geheel uittesten. ‘Den 29 dezer had de beproeving der bruggen met een gewone locomotief der SS plaats, waarbij bleek dat alle continutiën voldeden aan de bepalingen van het bestek,’ schreef de spoorweginspectie. Het sein ging op groen!

De hekken waren geverfd, de telegraafleiding langs het spoor aangelegd en overal – behalve in Warffum – waren de toegangswegen gereed. Donderdag 16 augustus zou de eerste trein rijden – zonder officiële plichtplegingen. Maar in en om de dorpen werd feest gevierd. Fanfares stonden op de versierde stations, bewoners stonden langs de toegangswegen, zwaaiend met hun zakdoeken.

 

Vanuit Roodeschool deed een inwoner verslag in de plaatselijke krant, over die eerste keer dat de trein om 2 uur 49 in de middag aankwam in Noord-Groningen. ‘Een massa, een trein vol menschen van Groningen, Winsum, Baflo, Warffum, Usquert en Uithuizen kwamen aan om het vroeger zo geïsoleerde Roodeschool te bezoeken. In een oogwenk was het van ouds bekende logement “De berg Calvaria” gevuld met bezoekers, die spoedig enige ververschingen gebruikten, om eenigen tijd later te retourneren. (…) En, Meneer de redacteur, wij hebben feest gevierd. Geen feest waar de rijken zich van de armen scheidden, neen, alles zat door elkaar, in de grootsten eendracht en met het meeste genot.’

 

Over de noordelijkste spoorlijn van Nederland is onlangs een boek verschenen: Sporen door het Hogeland (zie sporendoorhethogeland.nl)

De eerste vergadering: 20 juni 1884

Komende donderdag, 16 augustus 2018, bestaat de Hogelandspoorlijn naar Roodeschool 125 jaar. Hier het moment waarop het allemaal begon: 20 juni 1884. De eerste verkennende vergadering van initiatiefnemer H.E. Oving met burgemeesters van Hogelandgemeentes en leden van Provinciale Staten. Vergaderplaats: Onderdendam, woonplaats van Ir. Harmen Wind, die de bouw van de 26,9 km lange spoorlijn zou organiseren.

 

Juli 1893: de spoorlijn Sauwerd-Roodeschool is bijna klaar

125 jaar geleden, in de maand juli van 1893 was de spoorlijn Sauwerd-Roodeschool bijna klaar, na 1,5 jaar noeste arbeid.
Uit het voortgangsrapport van die maand: ‘De zandaanvoer voor het ballastbed ging deze maand geregeld voort en vorderde tot piket 218. Het afwerken, bezoodden & bezaaien der grondwerken van den spoorweg en overwegen, verder tot piket 208. Behalve op het emplacement te Warffum, is de puinlaag voor de los- & toegangswegen en voorpleinen gereed. Met den aanvoer van grint voor de verdere verharding dier wegen, wordt er begin gemaakt.
Aan het voornemen van den aannemer om de 15e dezer maand met den aanvoer van dekgrind voor het ballastbed te beginnen, kon tot op heden geen gevolg worden gegeven, wegens de lage waterstand op de rivier de IJssel. Toebereidselen worden gemaakt voor het plaatsen der telegraafleiding langs den spoorweg.’